Waarom sportroutine volhouden niets met discipline te maken heeft!

Sporten: we weten allemaal dat je je er goed bij voelt en dat het essentieel is voor onze fysieke en mentale gezondheid. Zeker als je een druk leven hebt, helpt sporten je om te ontspannen en alle ballen in de lucht te houden. Zelf geniet ik altijd erg van sporten en TOCH… als ik een tijdje niet heb gesport vanwege drukte op het werk of met de kinderen, is het zo moeilijk om die routine weer op te pakken. Hoe kan dit toch? Of nog belangrijker: hoe lossen we dit op?

Als psycholoog weet ik dat veel van ons gedrag wordt gestuurd door onbewuste processen. Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman beschreef in zijn boek Ons feilbare denken hoe onze hersenen bij voorkeur op de automatische piloot werken.

(Onbewuste) factoren die voor een belangrijk deel bepalen wat we doen en laten, zijn:

  • Gemak
  • Routine
  • Wat doen anderen?
  • Fun

Dit wetende, neem ik jullie in deze blog mee in een voorgenomen beweeg-activiteit van mezelf, die ik in eerste instantie niet wist vol te houden, maar na wat verschuivingen in bovenstaande factoren wel.

Waarom het eerst niet lukte

Zoals gezegd hou ik erg van sporten, maar gezien de drukte (drukke baan, 2 jonge kinderen, eigen bedrijf opzetten, …) schiet het sporten er ook bij mij weleens bij in.

Ik was op zoek naar een activiteit die mij, ook in weken waarin ik weinig tijd heb om te sporten, toch voldoende beweging zou bieden. Ik besloot in eerste instantie te focussen op 2 belangrijke factoren: gemak en routine. Ik neem elke dag de fiets naar mijn werk (zo’n 20 minuten fietsen, wat ook al een kleine workout is), maar waarom zou ik – daar aangekomen – niet ook nog de trap nemen naar de 18e verdieping? Dat leek me ruim een jaar geleden een goed idee en ik besloot voortaan elke vrijdag de trap te nemen. Na een aantal weken begon echter de klad erin te komen. Waarom bleef ik dit goede voornemen nu niet volhouden..?

Toen ik dit bedacht, vroeg ik vervolgens aan onze secretaresse of zij voortaan op vrijdag de trapdeur voor mij open wilde zetten, zodat ik vanuit het trappenhuis het kantoor in kon komen. Ze keek me een beetje vreemd aan, maar wilde op zich wel meewerken. En als ze het zou vergeten kon ik haar bellen om de deur alsnog open te doen.

Op zich was het dus geregeld, maar toch voelde het niet helemaal lekker. Ik bezorgde haar extra werk en het idee dat ik een keer voor een dichte deur zou belanden en weer 18 verdiepingen omlaag moest lopen zat me ook niet helemaal lekker.

Dit zorgde ervoor dat ik regelmatig op vrijdag dacht: misschien komt het toch beter uit op een andere dag of zelfs in een automatisme in de richting van de lift liep. Binnen een aantal weken was er dus niets over van mijn goede voornemen.

Maar gelukkig veranderde dit een aantal maanden geleden en ik zal hieronder toelichten hoe dat kwam…

Waarom het nu wél lukt!

De aanleiding was een gesprek met een nieuwe collega die vertelde dat zij regelmatig de trap nam, evenals 2 andere collega’s! Ze vertelde dat zij met de secretaresse hadden afgesproken dat de deur standaard elke ochtend open zou staan. “Wat goed! Dat ga ik voortaan ook weer doen!” riep ik meteen. Sindsdien ben ik elke dag met de trap naar de 18e verdieping gegaan!  

Waarom lukte het mij nu wel om dit vol te houden? Laten we dit analyseren aan de hand van de bovengenoemde factoren:

Gemak

Op het gebied van gemak was er eigenlijk alleen een klein verschil: het wel of niet standaard open staan van de deur. Het moeten bellen van de secretaresse was voor mij blijkbaar net een kleine drempel die mij belemmerde in mijn voornemen. Verder is het idee van het nemen van de trap ipv de lift op je werk natuurlijk wel een voornemen dat goed aansluit bij de factor gemak, omdat het handig is als je je beweegroutine kunt integreren in iets dat je sowieso elke dag moet doen (zoals naar je werk gaan).

Routine

Op het gebied van routine was het een veel betere beslissing om elke dag de trap te nemen in plaats van 1 keer per week. De oude afspraak met mezelf gaf me namelijk de mogelijkheid om met mezelf de discussie aan te gaan: “een andere dag deze week zou misschien wel beter uitkomen om de trap te nemen.” En bovendien liep ik vaak uit automatisme de route naar de lift, waar ik nu uit automatisme de route naar de trap loop.

Wat doen anderen?

Een belangrijke game-changer was voor mij ook het idee dat 3 collega’s dit inmiddels ook regelmatig deden. Daardoor hoefde ik mij niet langer die ene “uitslover” te voelen en mensen zouden ook minder gek staan te kijken als ik hijgend en met een bezweet voorhoofd het kantoor binnen zou stappen.

De funfactor

De funfactor van het traplopen is nog niet erg hoog en dat wil ik graag veranderen om mezelf te kunnen blijven motiveren en om meer collega’s te enthousiasmeren om de trap te nemen. Hiervoor heb ik de volgende 2 ideeën:

  1. Competitie introduceren. Mijn idee is om in de kantine een namenlijst op te hangen van alle collega’s die regelmatig de trap nemen. Hierop kan iedereen dan bijhouden wanneer hij weer de trap heeft genomen en kunnen we aan het eind van de maand een maand-winnaar uitroepen (degene die het vaakst de trap heeft genomen).
  2. Het trappenhuis is vrij saai, dus het leek mij leuk als wij als collega’s briefjes, aanmoedigingen, grapjes of opdrachten voor elkaar achterlaten. Dat zou een extra motivatie zijn en ik denk dat we daarmee ook andere collega’s nieuwsgierig zouden maken naar het traplopen.

We denken dus vaak dat mensen veel sporten, omdat zij veel discipline hebben, maar het is beter om je te realiseren dat we allemaal weleens een offday hebben qua discipline en dat je op zulke momenten beter op een andere manier kunt zorgen dat je toch de beweging krijgt die je belangrijk vindt!

Kies jouw eigen beweeg-ambitie vandaag nog (misschien wil je voortaan ook wel de trap nemen op je werk?) en denk na hoe je de factoren gemak, routine, wat doen anderen? en de funfactor naar je hand kunt zetten. Ik weet zeker dat dit je gaat helpen om niet alleen te starten, maar het lange tijd vol te houden! Succes!

PS: Met het schrijven van deze blog heb ik er ook weer voor gezorgd dat ik niet meer ontkom aan het trappenlopen. Mijn collega’s zien me al aankomen!